In Amerika is ze de koningin van de ‘short short’, het korte kortverhaal, en krijgt ze lofbetuigingen van Jonathan Franzen, Dave Eggers en Joyce Carol Oates. Maak kennis met Lydia Davis.
Kathy Mathys
Vriendelijk, beleefd en gereserveerd: dat was mijn indruk van Lydia Davis na ons gesprek van een uur. Ik kan me voorstellen dat, wanneer je langer met haar praat, ze ontdooit en je plots verrast met een erg grappige, onderkoelde opmerking, met de vreemde kronkels van haar geest. Grappig, bevreemdend en nog veel meer: de verhalen van Davis zijn unieke parels voor wie niet bang is van een leesavontuur. In Amerika is Lydia Davis, sinds haar nominatie voor de National Book Award in 2007, hip. Haar ‘short shorts’ zijn gebundeld in ‘The Collected Stories of Lydia Davis’, waarvan het eerste deel nu uit is in het Nederlands. ‘Bezoek aan haar man en andere verhalen’ bevat de eerste twee bundels van de schrijfster, ‘Uitsplitsen’ en ‘Bijna geen geheugen’. Sommige van deze verhalen zijn meer dan 40 jaar oud, maar Davis is niet het soort auteur, die zich schaamt om jeugdig werk: ‘Toen ik dat boek samenstelde, maakte ik heel zorgvuldige keuzes en ik ben nog steeds blij met wat ik toen schreef, al zijn er enkele verhalen die ik nu anders zou aanpakken. Ik hou er niet van als schrijvers die ik bewonder denigrerend doen over hun eerste werk.’
Davis schrijft geen kortverhalen zoals Alice Munro of Raymond Carver. Haar personages hebben meestal geen naam, hun uiterlijk is onbeschreven, de plot is minimaal en er zijn nauwelijks dialogen. Davis duikt in de geest van een naamloze en schrijft de woelige gedachten neer van een man of vrouw die zich in een crisis bevindt. ‘Verhaal’ of ‘Een paar dingen mis met mij’ zijn lange innerlijke monologen van vrouwen met een stukgelopen relatie die analyseren wat er fout ging. Soms levert dat grappige observaties op, zoals in ‘Een paar dingen mis met mij’, waarin de vrouw zich afvraagt of haar ex zich ergerde aan ‘mensen die dingen op systeemkaarten schrijven, diëten op kleine systeemkaarten en synopsissen voor plots op grote systeemkaarten’. Het is niet zozeer dat Davis een hekel heeft aan het traditionele kortverhaal, ze vindt het onnatuurlijk:
‘Een verhaal van Anton Tsjechov of Katherine Mansfield kan erg krachtig zijn. Toch kan ik me storen aan de ‘zei ze’ en ‘zei hij’ in dialogen, dat is zo artificieel. Soms vind ik het al onnatuurlijk als het personage een naam krijgt. Vooral bij minder goede schrijvers, pakt dat slecht uit: “Mary Jones verliet op een ochtend het huis. Het was een regenachtige dag. ‘Verdorie,’ zei ze, ‘ik ben mijn paraplu vergeten.’”. Ik vind een naamloze verteller die meteen vanaf de eerste zin hardop denkt de meest natuurlijke vorm die er bestaat. Je gaat meteen naar de kern, zonder gebruik te maken van alle narratieve trucjes en conventies. Je zou het neurologisch realisme kunnen noemen. Je beschrijft de kronkels van de menselijke geest waarbij gedachten verspringen en door elkaar lopen.Mijn allereerste verhalen waren traditioneler. Ik heb enkele jaren op die meer klassieke manier geschreven, tot ik er op uitgekeken was. Dat was mijn stageperiode: ik leerde alles over literaire en narratieve technieken. Het was nuttig maar het ging me vervelen.’
Ondanks de woelige gedachtestromen in Davis’ verhalen, is haar proza allesbehalve rommelig, maar juist lucide, geordend. Sommige van haar verhalen zijn meditaties, andere kan je als filosofische raadsels of woordspellen omschrijven.
‘Mijn antecedenten zijn Kafka, met zijn parabels en paradoxen, Beckett, met zijn korte teksten als ‘Ill Seen, Ill Said’ en de Oostenrijkse Peter Altenberg, die in de jaren 1920 verhalen over zijn eigen leven schreef van twee pagina’s. Isaac Babel is ook een voorganger. Die schreef verhalen die tussen het traditionele kortverhaal zitten en wat we in de V.S. de ‘short short’ noemen. In de V.S. wordt die term gebruikt voor verhalen van drie of vier pagina’s, ik gebruik het voor verhalen van een pagina of een paragraaf.’
Brieven van Flaubert
Davis is niet enkel bekend als schrijfster, ze is ook vertaalster van het werk van Flaubert en Proust, schrijvers die ze door en door kent. Soms gebruikt Davis materiaal uit de vertalingen in haar proza. ‘Toen ik ‘Madame Bovary’ vertaalde, las ik ondertussen Flauberts brieven en daarin vond ik erg leuke verhalen. Ik heb die uit de brieven gehaald en ze gebruikt als basis voor ‘Stories from Flaubert’. Ik gebruik zijn woorden, zijn anekdotes en herschik ze. Ik werk wel vaker met bestaande teksten. ‘Kafka cooks Dinner’ is ook een goed voorbeeld. Bijna alle woorden in dat verhaal zijn afkomstig van Kafka. Ze komen uit zijn brieven aan Malena. Toch beïnvloedt Kafka me meer in de manier waarop hij denkt, dan op gebied van taal en stijl. Ik herken zijn houding tegenover de wereld bij mezelf, zijn humor, zijn hopeloosheid, frustratie en medeleven.’
Davis gebruikt ook privéteksten die haar intrigeren als grondstof voor haar vertellingen. Het verhaal ‘We Miss You’ is gebaseerd op de brieven die klasgenootjes ooit stuurden aan Davis’ zieke broer. Het verhaal is een analyse van de brieven op gebied van stijl en grammatica. Onder de afstandelijke, bijna forensische ontleding schuilen emoties voor de aandachtige lezer. Het is een typisch Davis-verhaal, schijnbaar koud: ‘Ik weet hoe moeilijk het is om emotie over te brengen. Als je schrijft “Ze was overstuur”, dan werkt dat niet. Ik heb geleerd hoe het anders kan. Al mijn verhalen vertrekken vanuit emotie: verdriet om een relatie die ten einde loopt, een ruzie, sympathie voor een vlieg. Soms een kleine emotie, soms een grote. Als je je enkel interesseert voor vormelijk experiment, dan krijg je een curiositeit. In elk verhaal moet emotie zitten, menselijkheid. Ik gruwel van extreem formele experimenten. Iemand die van vijfhonderd boeken de eerste lijn op pagina 35 neemt en er een verhaal van maakt, vind ik bijvoorbeeld erg saai.’
Vliegen en muizen
Davis praat niet makkelijk over haar thema’s en obsessies. Er zijn veel verhalen over kapotte relaties, over muizen, kolibri’s en vliegen, over de spanning tussen de woeste natuur en het starre academische universiteitsleven. Ze heeft er geen verklaring voor: ‘De meeste verhalen weerspiegelen mijn visie op de wereld. De dingen waarover ik nadenk, die me raken, zitten in de verhalen. Als ik naar een vlieg kijk en de vlieg interesseert me, dan neem ik ze op in mijn verhaal. Wat mijn aandacht trekt, kan in een verhaal terechtkomen. Gedragingen van mensen, maar net zo goed van dieren. Ik weet nooit wat er zal gebeuren, ik plan niet. Ik ga zelden om 9 uur ’s ochtends naar mijn werkkamer voor een schrijfsessie van 6 uur. Enkel toen ik mijn roman schreef, deed ik dat omdat die een andere concentratie vergde. Ik schrijf meestal voor een uur, hooguit twee achter elkaar. Ik heb heel veel half afgewerkte verhalen. Sommige begon ik vijf jaar geleden al. Ik ben ze niet vergeten. Ik hou ervan om zo te werken, chaotisch en versnipperd. Het gevoel dat alles af is, zou me verontrusten. De angst voor het witte blad, misschien.’
‘De huisplannen’ en ‘St.Martin’ spelen in een erg tot de verbeelding sprekend Zuid-Frankrijk. Het zijn overgangsverhalen met een schijnbaar traditionele spanningsboog, vol mysterie en donkere tinten. Ze doen wat denken aan het oude werk van Paul Auster met wie Davis van 1974 tot 1978 getrouwd was: ‘Die verhalen gaan over een periode toen ik op een huis paste in Z-Frankrijk. St.Martin was de naam van het huis en ik schreef dat verhaal aan de hand van oude dagboeken die ik toen bijhield. Daarom staan er zoveel specifieke details in. Voor ‘De huisplannen’ vertrok ik vanuit de ruïnes in dat landschap, die erg tot mijn verbeelding spraken.’
Davis heeft notitie- en dagboeken vol snippers en fragmenten waarop ze kan terugvallen. Soms vindt ze, bladerend, één regel die zo sterk is dat hij een verhaal op zich kan vormen. Vooral Davis’ recente bundels bevatten eenregelige verhalen: ‘De titels van die eenregelige verhalen zijn heel belangrijk. Sommige van die verhalen zijn komisch, andere lijken op een wiskundig raadsel. De een vindt ze erg grappig, de ander snapt niet waarom er zoveel drukte rond gemaakt wordt. De korte en extreem korte genres zijn in de V.S. erg in trek, vooral aan universiteiten waar creatief schrijven wordt gedoceerd. Er verschijnen anthologieën, zoals ‘Hint Fiction: An Anthology of Stories in 25 Words or Fewer’. Eigenlijk is het een genre dat mooi aansluit bij deze tijd. Iedereen heeft het druk en we kunnen ons enkel nog concentreren op teksten van enkele alinea’s.’
Bio:
Lydia Davis (°1947) is de dochter van een auteur en een literair criticus. Ze schreef zes bundels met verhalen, waarvan sommige niet langer zijn dan een regel. Haar verhalen vertonen verwantschap met poëzie, filosofie en het essay. Plot en traditionele personages interesseren Davis niet. In 2007 was ze finalist voor de National Book Award. Davis schreef één roman, ‘The End of the Story: A Novel’. Davis werkt als vertaalster van onder andere Flaubert, Blanchot en Foucault. Tijdens de jaren 1970 was ze getrouwd met Paul Auster met wie ze een zoon heeft, Daniel. Ze heeft nog een zoon uit haar tweede huwelijk.
Recensie:
‘Bezoek aan haar man en andere verhalen’ bevat het vroege werk van Lydia Davis. Eenzaamheid, onvermogen tot communicatie, ouderdom en ruzie tussen partners: dat zijn de thema’s die steeds terugkomen. Davis’ aanpak is uniek en vooral wanneer je veel verhalen na elkaar leest, word je helemaal meegezogen in het Davis-universum. Het is een wereld vol neurotische denkers, twijfelaars, eenzamen. Toch is het er niet deprimerend en dat merk je al aan de titels van de verhalen die vaak komisch zijn. In ‘De carnivoors – en tegens van mijn man’ wordt een relatie geanalyseerd aan de hand van de kook- en eetgewoonten van een koppel. Davis schrijft heel precies, elk woord staat op de juiste plaats. Ze benoemt de gevoelens van haar personages nooit rechtstreeks. Onder hun handelingen en gedachten schuilen de emoties. Sommige verhalen zijn niet langer dan een paragraaf. Sommige zijn raadsels, sommige poëzie. Davis laat zien dat experimenteel proza – een genre dat bij ons zo goed als dood is – niet steriel hoeft te zijn. Als de beoefenaar een speelse geest heeft en een grote verbeeldingskracht levert het iets wonderlijks op. (KM)
