Dit artikel verscheen in Schrijven Magazine nr. 2, jaargang 29.
Schrijven met buikpijn
Schrijven over je familie kan een netelige kwestie zijn. Dat weet Lize Spit als geen ander. Haar memoir Autobiografie van mijn lichaam getuigt van grote durf. We spraken haar over het schrijfproces van dat boek.
Kathy Mathys

‘Elke dag krijg ik wel tien berichtjes van lezers die zich herkennen in mijn verhaal,’ vertelt Lize . Ze ontvangt mij in het sfeervolle Brusselse appartement waar ze woont met haar man, schrijver Rob van Essen. Lize Spit groeide op in een gezin met een aan alcohol verslaafde vader en moeder, wat een grote impact had op haar leven en dat van haar broer en zussen. In 2021 kreeg Lize te horen dat haar moeder terminaal was. Daar moest ze als schrijver iets mee.
Veel autobiografische schrijvers wachten een tijdje voor ze terugblikken op de periode waarover ze willen schrijven. Jij hebt dat niet gedaan. Hoe komt dat?
Ik ben gaan schrijven omdat ik houvast nodig had. Ik was verdrietig toen ik hoorde dat mijn moeder ongeneeslijk ziek was en wilde iets ondernemen om de controle terug te krijgen. Bij mij gaat dat altijd hand in hand met de taal voor iets vinden. Gaandeweg ontdekte ik dat het een boek zou worden over het fysieke. Waarom was ik zo van slag van de gedachte dat mijn moeder er niet meer zou zijn? Waarom vond ik het zo moeilijk om haar fysiek te benaderen, te omhelzen? Ik wilde mijn moeder alsnog zo goed mogelijk leren kennen. Uiteraard had ik jaren kunnen wachten maar dan was het een ander boek geworden. Voor Autobiografie van mijn lichaam, waarin het lijfelijke zo belangrijk is, was het noodzakelijk om snel te beginnen.
Je schrijft: ‘Ik ben geen dochter die een mailtje leest, ik ben de schrijver die de dochter observeert die het mailtje heeft gelezen.’ Ben jij altijd het soort schrijver geweest die de potentie ziet van wat je omringt?
Als kind nog niet maar dat kwam al snel. Sinds mijn studie is dat gaan groeien. Het is een spier die steeds beter getraind wordt. Ik kan zelden opgaan in het moment zonder dat mijn brein al bezig is met daar goede metaforen voor te zoeken. Wat is de tragiek van deze situatie? Wat is de menselijkheid? Hoe kan ik hier een goede scène van maken?
Heb je de werkelijkheid soms gemanipuleerd in de hoop dat er dan een pakkende scène zou kunnen ontstaan?
Nee, ik heb een contract met mezelf gemaakt waarbij ik afsprak dat de dochter belangrijker was dan de schrijver. Voor het boek was het mooi geweest als er een grote toenadering had plaatsgevonden tussen mijn moeder en mij. Toen ik halverwege het boek zat, maakte ik me zorgen omdat de spanningsboog inzakte, omdat er te weinig verschoof in de situatie. Ik heb me toen afgevraagd: wat zou het boek nog nodig hebben? Maar ik heb de situatie niet gemanipuleerd, nooit gedacht van ‘Het zou goed zijn voor mijn boek als ik vandaag die of die vraag stel’.
Je boek bevat verschillende lijnen: uittreksels uit je oude dagboeken, stukken waarin je je moeder rechtstreeks aanspreekt en stukken waarin je over haar schrijft in de derde persoon. Hoe is deze vorm ontstaan?
In het begin maakte ik op mijn computer notities over de situatie en over hoe iedereen erop reageerde. Toen ik doorkreeg dat het lichaam de rode draad zou vormen, kon ik gerichter te werk gaan. Ik ben toen mapjes gaan maken per subthema: verslaving van mijn moeder, intimiteit, seksualiteit enzovoorts. In elk van die mapjes schreef ik massa’s herinneringen neer. Ik heb eerst overwogen om te schrijven in het we-perspectief, vanuit mezelf, mijn broer en mijn zussen. Dat voelde niet goed, het ging om een te persoonlijke ervaring. Ik heb meer dingen uitgeprobeerd, maar niets voelde passend. Uiteindelijk kwam ik uit bij de je-vorm. Zo kon ik me rechtstreeks tot mijn moeder richten. Dat werkte wel. Toen ben ik heel snel gaan schrijven want ik wist dat ik dit alles niet meer op papier zou kunnen zetten na haar dood. Ik heb die je-hoofdstukken ’s nachts geschreven omdat ik dan beter schrijf vanuit het gevoel, associatiever.
Mijn kinderdagboeken kwamen pas later in het schrijfproces opduiken. Ik had ze geraadpleegd om details terug te halen en toen ontdekte ik dat de centrale thema’s daar ook al in zaten. Ik ben zinnen gaan kopiëren uit dat kinderdagboek. Ik vind het mooi dat het boek nu drie lagen bevat: het verre verleden, het nabije verleden en het heden.
Heb jij nog een mooie tip voor mensen die autobiografisch willen schrijven?
Ik denk dat het belangrijk is dat je je materiaal afbakent. Toen ik de oerversie van dit boek schreef, telde die 300.000 woorden. Uiteindelijk zijn het er 90.000 geworden. Afbakenen en op zoek gaan naar een vorm zijn de belangrijkste opdrachten van een schrijver. Autobiografisch schrijven is geen synoniem voor therapeutisch schrijven. Het is niet omdat het interessant is voor jou dat het ook interessant is voor je boek en voor je lezer. Je moet jezelf een beetje durven los te laten bij autobiografisch schrijven.
Sommige personages uit het boek hebben hun naam behouden, andere kregen een nieuwe naam. Hoe heb je dat aangepakt?
Eerst heb ik enkel mijn vader en moeder een fictieve naam gegeven omdat ik dacht: dit is mijn versie van hen, in werkelijkheid zijn ze meer ontwikkelde personen. Uiteindelijk hebben ook mijn broer en mijn zussen een andere naam gekregen, ik wilde niet dat ze te googelen zouden zijn. Toch wilde mijn zus, die ook geïnterviewd is in de media, met haar echte naam in de krant staan. De namen van bijfiguren heb ik niet veranderd, die van Rob ook niet. Hij is een publiek figuur, mensen weten dat we samen zijn. Het is sowieso een lastig parcours geweest: mijn familie vond het moeilijk dat het boek niet als roman in de markt werd gezet.
Hoe ga je om met de reacties van je familie?
Het gekke is dat je je boek helemaal niet schrijft voor mensen uit je onmiddellijke omgeving, maar voor onbekende lezers, die zich al dan niet in het boek herkennen. Dat zijn ook de lezers die je voor ogen moet houden terwijl je schrijft, niet je onmiddellijke omgeving. Makkelijker gezegd dan gedaan! Zolang ik aan het schrijven was, kon ik mijn schuld en mijn schaamtegevoelens opzij zetten. Op de momenten dat ik niet werkte aan het boek kwamen die emoties heel fel opzetten. Wat ik dan doe? Het gewoon uitzitten. Dat is vreselijk, ik had voortdurend buikpijn. De uitdaging voor mij was dan ook niet zozeer het schrijfproces zelf, maar me verhouden tot de mensen over wie het gaat. Ik wist dat iemand als mijn vader niet gelukkig zou zijn met mijn boek. Er staan dingen in die ik nog nooit tegen hem had gezegd want ik ben heel conflictvermijdend. Mijn ouders hebben lang het perfecte plaatje van zichzelf opgehangen en wat ik schrijf, past daar niet in. Ik moet wel zeggen dat de spanning en de angst me ook een adrenalineboost gaven en die kwam het schrijfproces ten goede.

Heb je met je broer of zussen gepraat over hoe zij zich dingen herinnerden? Heb je nog dingen aangepast op hun vraag?
Ik merkte al gauw hoe vaag herinneringen vaak zijn. Meestal had ik geen idee meer van wat voor weer het was of dat soort details. Ik heb wel dingen gecheckt bij mijn zussen en broer en wanneer zij bevestigden, sterkte mij dat. Ik denk dat je als schrijver moet proberen om door te dringen tot de kern van de herinnering en die heeft niets te maken met de kleur van de wolken op een bepaalde dag tien jaar geleden.
Ik heb dingen weggelaten op vraag van mijn broer en zussen. Het boek vertelt de essentie, ik hoefde niet alles mee te geven. Mijn vader heb ik pas heel laat het manuscript voorgelegd, toen het al bijna klaar was om naar de drukker te gaan. Ik heb hem geen word-document voorgelegd want ik vreesde dat hij zou gaan onderhandelen: dit wel, dit niet.
Is het zoeken naar de juiste verteltoon moeilijk geweest?
Dat ging vrij makkelijk eenmaal ik de juiste vorm had. Ik heb wel moeten zoeken naar meer evenwicht. Toen mijn zussen en broer de eerste versie lazen, vonden ze dat ik van onze moeder een heilige had gemaakt en van onze vader een boeman. Ze hadden gelijk: ze waren allebei slachtoffer én dader. Inhoudelijk heb ik dat moeten rechttrekken. Ik heb ook veel nagedacht over wat belangrijk was voor het boek. Kijk, je krijgt geen boeiender boek als je alle tien keer dat mijn moeder in het ziekenhuis lag, gaat beschrijven. Je moet keuzes gemaakt.
Je schrijft ontzettend intiem en ook moedig over jezelf, over je moeder. Hoe moeilijk was het om zoveel prijs te geven?
Mijn moeder was heel introvert en ik heb me over mijn gêne heen moeten zetten om zo onthullend over haar te schrijven. Weet je, ik wilde er voor een deel ook vanaf zijn, die diepe eenzaamheid van mijn moeder en mij een vorm geven op papier. Zij droeg niet goed zorg voor haar lichaam, ik doe dat ook niet. Dat wilde ik onderzoeken en dan moet je diep durven te gaan. Ik wist dat het verhaal zou fungeren als een spiegel, dat lezers zouden nadenken hoe dat bij hen zit. Het is niet alleen mijn verhaal, dat is het nooit geweest. Ik dacht: er moeten meer mensen zijn die zich hierin herkennen. Die lezer had ik altijd voor ogen.
Heb je het gevoel dat je het materiaal van je afgeschreven hebt of naar je toe geschreven?
Er zijn stukken die ik van me heb afgeschreven, bijvoorbeeld het deel waarin mijn vader op een agressieve manier vertelt dat hij niet mijn biologische vader is. Ik voelde me toen heel erg tekortgedaan door hem. Hij hield helemaal geen rekening met hoe die mededeling op mij zou overkomen. Door het van me af te schrijven, geef ik mezelf de erkenning die ik als kind gemist heb. Maar er zijn ook stukken die ik naar me toe heb geschreven, bijvoorbeeld die over de moeizame communicatie met mijn moeder. Dat waren stukken waarin ik haar probeerde te naderen en te begrijpen. Kwaadheid schrijf je van je af, verdriet schrijf je naar je toe.
(Aparte kader): Lize als schrijfdocent:
‘Ik geef het vak Literair schrijven aan het RITCS, de filmopleiding in Brussel. De studenten schrijven tijdens de les en becommentariëren de verhalen van anderen. Ik vind dat erg leuk, ben altijd benieuwd naar wat ze lezen, wat hen beïnvloedt. Hoe kijken zij naar de wereld?
Dit is een van mijn favoriete schrijfoefeningen: iemand schrijft een alinea en geeft dan het blad door. De volgende schrijft de volgende alinea. Zo ontstaat een verhaal dat alle kanten uitgaat. Je voelt dan snel wat de stokpaardjes zijn van die schrijvers, wat hun sterke kanten zijn.
Nog een leuke schrijfoefening: ik laat mijn studenten titels verzinnen. Daar komen altijd geestige dingen uit. Daarna mogen ze bij elkaars titels een verhaal schrijven.
Ik merk dat dit soort oefeningen lossere teksten opleveren dan wanneer ze er ‘echt’ voor gaan zitten. Dan denken ze namelijk dat elke zin superliterair moet zijn, terwijl een tekst ook eenvoudige zinnen mag bevatten. Je hoeft niet in elke zin te tonen wat je kunt. Als een personage naar een deur loopt, hoeven daar geen tierlantijntjes bij.
Lize Spit – Autobiografie van mijn lichaam – Das Mag – 389 blz.
Kathy Mathys is schrijver en schrijfdocent.
www.kathymathys.nl